De Bennebroekerweg gaat er over in de Nieuwe Bennebroekerweg. Verder gebeurt er bar weinig bij dit weiland net onder Hoofddorp. Hier, langs de A4 en de spoorlijn Schiphol-Leiden, onder het gebulder van de Kaagbaan, moet een transformatorstation komen dat het stroomnet weer wat lucht geeft. Er is geen capaciteit om aan de groeiende elektriciteitsbehoefte in de omgeving te voldoen. Mede daarom kondigden Haarlemmermeer en Amsterdam een tijdelijke bouwstop af voor nieuwe datacenters.

De gemeenten willen grip op de datacentra die blijven verrijzen rondom Amsterdam en Schiphol. Dichtbij de internetknooppunten, dichtbij andere datacenters. Zo wordt Nederland de datahaven van Europa: een ‘superhub’. 

Aan stroom geen gebrek, wel aan verdeelstations. Ruim drie jaar overlegden netbeheerders Tennet en Liander met de gemeente over het transformatorstation. Er ging een streep door de voorkeursplek, bij Rijsenhout. Iedereen wil internet, niemand wil een transformatorstation voor de deur.

Het alternatief is het lege weiland aan de Bennebroekerweg, maar nog altijd is er geen definitieve plek waar het verdeelstation op het hoogspanningsnet wordt aangesloten. „Zie het maar als een grote stekkerdoos waar datacenters op inprikken”, zegt Pim Freij, capaciteitsmanager van Liander.

 
Niet alleen datacenters hebben meer stroom nodig, ook kassen en woningen die van het aardgas af gaan. Er moeten bovendien meer elektrische auto’s worden opgeladen.

Nederlandse datacentra vergen 1.500 megawatt aan capaciteit. De helft gaat naar de cloudfabrieken van Google en Microsoft in de kop van Noord-Holland en Groningen. Multitenants, datacenters waar anderen servers stallen, hadden vorig jaar 771 megawatt nodig, 18 procent meer dan in 2017. Driekwart van die computerschuren staat in de regio Amsterdam.

De grens is bereikt. „Bij een transformatorstation in de buurt staat de spitsstrook al continu open”, zegt Freij. De reservetransformator – zo’n backup is verplicht om binnen tien minuten om te kunnen schakelen bij een storing – draait op volle toeren mee om extra datacentra aan te sluiten. Dat gebeurt in overleg met de grote klanten en met toestemming van toezichthouder ACM, benadrukt Freij.

Als nu een transformator vervangen moet worden, duurt dat geen tien minuten maar één of twee dagen. In geval van nood kunnen de datacenters overschakelen op dieselgeneratoren. Slaan die allemaal in één keer aan, dan zie je door de roetwolken de verkeerstoren van Schiphol niet meer.

Naar schatting verbruikt de datasector, inclusief transportnetwerken, 6 procent van alle stroom in Nederland. Ook Denemarken en Ierland, waar Apple, Amazon, Google en Facebook uitbreiden, vrezen voor hun stroomnet en CO2-uitstoot. Al worden datacenters efficiënter, kopen ze groene stroom in en kun je de warmte soms hergebruiken, ze zullen nooit minder energie gebruiken zolang we ze overstelpen met data.

Hoe meer data we opwekken, met telefoons, bewakingscamera’s, slimme huizen, slimme fabrieken en zelfrijdende auto’s, hoe meer data vervoerd, verwerkt en bewaard moeten worden. We verdrinken in een data-tsunami, waarschuwen pessimisten. Zo erg is het nog niet. Maar digitale gegevens hebben een fysieke plek nodig. En stroom, veel stroom. Dat is de schaduwkant van de cloud.

Marc Hijink, 2 augustus 2019

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/08/02/het-datacenter-draait-al-op-reserve-a3968990 

Categorieën

© Flaim engineering connections 2019